ECLI:NL:CRVB:2005:AT8527

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/4048 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • K.J.S. Spaas
  • C.W.J. Schoor
  • N.J. Haverkamp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late griffierechtbetaling afgewezen

Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht, maar het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Opposant kwam hiertegen in verzet. De Raad behandelde het verzet zonder dat partijen verschenen op de zitting.

De Raad oordeelde dat het verzet ongegrond is omdat het griffierecht pas na de gestelde termijn op de rekening van de Raad was bijgeschreven. Opposant was door de griffier tijdig gewezen op de noodzaak van tijdige betaling en de gevolgen van niet-tijdige betaling. De eerdere uitspraak bleef daardoor in stand.

De Raad zag geen aanleiding om af te wijken van het eerdere oordeel en wees het verzet af. Hiermee werd bevestigd dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was vanwege de overschrijding van de betalingstermijn voor het griffierecht.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

04/4048 WSF
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], opposant
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een tussen partijen gegeven uitspraak van de rechtbank Maastricht, kenmerk 03/1356 WSFBSF K1, van 2 juli 2004.
Bij uitspraak van 21 januari 2005 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant is van die uitspraak in verzet gekomen.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad op 17 mei 2005, waar partijen -met voorafgaand bericht- niet zijn verschenen.
II. MOTIVERING
Ten gevolge van het gedane verzet dient de Raad thans de vraag te beantwoorden of hij bij zijn uitspraak van 21 januari 2005 terecht heeft geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is te achten.
Hetgeen in het verzetschrift is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel geleid dan hetwelk is neergelegd in zijn uitspraak van 21 januari 2005.
De Raad merkt hierbij op dat opposant in het schrijven van 25 augustus 2004, verzonden op 26 augustus 2004, door de griffier erop is gewezen dat het overmaken van gelden via een bank aanzienlijke tijd kan vergen, zodat het raadzaam is het verschuldigde griffierecht zo spoedig mogelijk te voldoen. Ook gelet op de duidelijke tekst van de brief van 16 september 2004 had opposant moeten begrijpen dat indien het griffierecht niet binnen de gestelde termijn van vier weken, eindigend op 14 oktober 2004, op de rekening van de Raad is bijgeschreven dan wel ter griffie is voldaan, het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.
Het griffierecht is, zo blijkt uit de overgelegde overschrijving, op 15 oktober 2004 van de rekening van opposant afgeschreven, waarna het eerst op 18 oktober 2004 op de rekening van de Raad is bijgeschreven.
Gezien het vorenstaande dient het verzet met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet, in samenhang met het vijfde lid van artikel 8:55 van Pro de Awb ongegrond te worden verklaard. Gelet op het zesde lid van laatstgenoemd artikel blijft de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. K.J.S. Spaas als voorzitter en mr. C.W.J. Schoor en mr. N.J. Haverkamp als leden, in tegenwoordigheid van mr. J.E.M.J. Hetharie als griffier en uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2005.
(get.) K.J.S. Spaas.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.
RG