ECLI:NL:CRVB:2005:AT8523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beëindiging opleiding en ontslag aspirant agent wegens onvoldoende prestaties
Appellant, aspirant agent politie, werd per 1 december 2001 tijdelijk aangesteld voor de duur van de opleiding. Tijdens de opleiding moest appellant stages volgen, waarbij hij de tweede stage moest herkansen vanwege onvoldoende prestaties. Na de herkansing bleek dat appellant nog steeds niet voldeed aan de gestelde eisen, waarop de opleiding werd beëindigd en ontslag werd verleend.
Appellant maakte bezwaar tegen de beëindiging van de opleiding en het ontslag, maar deze bezwaren werden ongegrond verklaard door de gedaagden. De rechtbanken verklaarden de beroepen van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat de beoordeling van de onvoldoende prestaties van appellant op voldoende gronden was gebaseerd en dat zijn eerdere werkervaring en psychologische test geen doorslaggevende factoren zijn voor het functioneren als politieagent. De tijdelijke aanstelling werd geacht te zijn verlengd voor de duur van de herkansing, zonder dat dit leidde tot een vaste aanstelling. Het ontslag was daarom rechtmatig en het hoger beroep slaagde niet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de opleiding en het ontslag van appellant worden bevestigd.