ECLI:NL:CRVB:2005:AT8493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Premiedifferentiatie WAO: voorschotuitkeringen wel mee te rekenen bij premiejaar 2002
De zaak betreft een principieel geschil over de vraag of WAO-uitkeringen die als voorschot zijn verstrekt, moeten worden meegenomen bij de vaststelling van het gedifferentieerde premiepercentage WAO voor het jaar 2002. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) had het bezwaar van gedaagde tegen de vaststelling van de gedifferentieerde premie ongegrond verklaard. De rechtbank Zutphen had dit besluit vernietigd omdat zij oordeelde dat voorschotten niet gelijkgesteld kunnen worden met daadwerkelijk betaalde WAO-uitkeringen.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat artikel 50 van Pro de WAO voorschotuitkeringen mogelijk maakt, ook als onzeker is of recht op uitkering bestaat. Volgens de Raad vallen deze voorschotten onder de uitkeringen die ten laste komen van de Arbeidsongeschiktheidskas en dienen zij daarom mee te tellen bij de premie. Dit geldt niet indien een voorschot is betaald in een periode waarin geen aanspraak op WAO-uitkering mogelijk was, wat hier niet het geval is.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst de Raad erop dat de systematiek voor kleine werkgevers per 1 januari 2003 is gewijzigd, waardoor compensatie voor kleine werkgevers niet meer aan de orde is. Gedaagde is een kleine werkgever, waardoor voor haar geen compensatie meer mogelijk is voor het premiejaar 2003.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep ongegrond, waarbij voorschotuitkeringen worden meegenomen bij de premieberekening WAO 2002.