ECLI:NL:CRVB:2005:AT8450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering WAZ-uitkering aan zelfstandig caféhouder met psychische klachten
Appellant, een voormalig zelfstandig caféhouder, meldde arbeidsongeschiktheid sinds eind 1997 door pijnklachten en psychische problemen. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige van het Uwv stelden vast dat appellant beperkingen had maar nog geschikt was voor diverse loondienstfuncties, waardoor geen relevant verlies aan verdiencapaciteit werd aangenomen. Gedaagde weigerde daarom een WAZ-uitkering.
Appellant voerde bezwaar aan met medische rapporten, waaronder een contra-expertise van psychiater Groot, die een grotere arbeidsongeschiktheid stelde. De bezwaarverzekeringsarts en rechtbank oordeelden echter dat de medische beoordeling van het Uwv zorgvuldig en juist was en dat de psychiater onvoldoende objectieve onderbouwing bood.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Raad sloot zich aan bij de eerdere beoordeling en achtte de beperkingen niet onderschat. Wel werd een nieuw besluit genomen waarbij appellant alsnog een WAZ-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het oorspronkelijke besluit niet meer van belang was en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nadere besluit ongegrond verklaard, met toekenning van een WAZ-uitkering op basis van 25-35% arbeidsongeschiktheid.