ECLI:NL:CRVB:2005:AT8375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO- en TW-uitkering wegens onderschatting beperkingen postsorteerder
Appellante, werkzaam als postsorteerder, viel uit wegens spanningsklachten en chronische darmontsteking. Haar WAO- en TW-uitkering werden per 29 november 2001 ingetrokken door het UWV, nadat verzekeringsartsen hadden vastgesteld dat zij geschikt was voor haar eigen werk, mits toiletvoorzieningen binnen bereik waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen niet waren onderschat. De huisarts had geen medische gronden voor ongeschiktheid gegeven en het rapport van de verzekeringsarts bevestigde de geschiktheid. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar haar lichamelijke klachten, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het onderzoek naar de psychische en fysieke klachten voldoende was en dat het werk van appellante op de arbeidsmarkt beschikbaar was. De Raad zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO- en TW-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.