ECLI:NL:CRVB:2005:AT8210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht chauffeurs zonder vervoersvergunning onder sociale werknemersverzekeringen
Appellante, een internationaal transportbedrijf, werd onderzocht vanwege het inzetten van chauffeurs zonder vereiste vervoersvergunningen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde dat deze chauffeurs verzekerd waren op grond van de sociale werknemersverzekeringswetten en legde correctie- en boetenota's op.
De rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde de besluiten van het Uwv, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt dat het beroep tegen het besluit van 31 juli 2001 niet-ontvankelijk is en dat het beroep tegen het besluit van 19 september 2002 ongegrond is.
De Raad bevestigt dat de chauffeurs gedurende de periode zonder eigen vervoersvergunning verzekerd waren, omdat sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking met gezagsverhouding, persoonlijke dienstverrichting en loonbetaling. De correctie- en boetenota's zijn terecht opgelegd. De Raad wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 september 2002 wordt ongegrond verklaard en de correctie- en boetenota's blijven gehandhaafd.