ECLI:NL:CRVB:2005:AT8160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- J.Th. Wolleswinkel
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim niet evenredig geacht door Centrale Raad van Beroep
De zaak betreft een hoger beroep van de Staatssecretaris van Defensie tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin het besluit tot onvoorwaardelijk ontslag van een ambtenaar wegens plichtsverzuim werd vernietigd. De ambtenaar was sinds 1996 werkzaam bij het Ministerie van Defensie en kreeg ontslag opgelegd vanwege onder meer het niet verschijnen op disciplinaire verhoor, het niet volledig melden van nevenwerkzaamheden en het niet tijdig overdragen van een domeinnaam.
De Raad overwoog dat het niet afmelden voor verhoor terecht als plichtsverzuim werd aangemerkt, maar niet als ernstig plichtsverzuim. Ook het nalaten van tijdige overdracht van de domeinnaam werd als plichtsverzuim gezien. Het verwijt dat de ambtenaar content van een internetsite had verwijderd werd niet bewezen geacht. Daarnaast werd vastgesteld dat de ambtenaar zijn nevenwerkzaamheden niet volledig had gemeld, wat eveneens plichtsverzuim opleverde.
Gezien de ernst en samenhang van deze gedragingen oordeelde de Raad dat het plichtsverzuim niet van dien aard was dat het onvoorwaardelijk ontslag als straf passend en evenredig kon worden beschouwd. Het hoger beroep van de Staatssecretaris werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van de ambtenaar.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim wordt als niet evenredig beoordeeld en het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt afgewezen.