ECLI:NL:CRVB:2005:AT8084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Weigering toekenning ziekengeld op grond van ongeschiktheid voor werk
Appellante, werkzaam in een bedrijfsrestaurant, viel in 1990 uit wegens rugklachten. Na het beëindigen van haar arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in 1997 op basis van geschiktheid voor bepaalde functies, meldde zij zich in 2000 ziek vanuit de WW. Een verzekeringsarts concludeerde dat haar beperkingen stationair waren gebleven en zij geschikt was voor de eerder vastgestelde functies.
Gedaagde weigerde daarop ziekengeld toe te kennen, een besluit dat bij bezwaar en rechtbank ongewijzigd bleef. Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met nieuwe medische informatie, waaronder een verwijzing naar een neuroloog.
De Raad oordeelde dat de maatstaf voor beoordeling de functies uit 1997 zijn en dat de medische informatie geen toename van beperkingen aantoonde. De verwijzing naar de neuroloog na de peildatum was niet relevant. Het bestreden besluit werd bevestigd omdat het berustte op een zorgvuldig medisch onderzoek en de beperkingen niet waren toegenomen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld omdat appellant geschikt werd geacht voor de functies uit 1997.