ECLI:NL:CRVB:2005:AT8055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen op intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering
Appellant verzocht bij brief van 17 februari 2000 om terug te komen op het besluit van 7 maart 1996 waarbij zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering (AAW/WAO) per 11 maart 1996 was ingetrokken. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een heroverweging rechtvaardigen.
In de bezwaarprocedure werd een brief van een psychiater overgelegd die een angst-depressief-pijnmengbeeld bij appellant beschreef, maar deze informatie was reeds bekend of ontstond na het oorspronkelijke besluit en gaf geen aanleiding tot herziening. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep oordeelde de Raad dat het bestuursorgaan terecht het verzoek afwees op grond van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts een rapport hadden uitgebracht, maar dat dit niet betekende dat het bestuursorgaan verplicht was het verzoek inhoudelijk te herbeoordelen zonder nieuwe feiten. De Raad concludeerde dat het bestuursorgaan niet onredelijk heeft gehandeld en bevestigde de afwijzing van het verzoek.
Uitkomst: Verzoek om terug te komen op intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.