ECLI:NL:CRVB:2005:AT8028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht bij hennepkwekerij
Appellant ontving vanaf november 2001 een bijstandsuitkering. Tijdens een politie-inval op 7 april 2003 werd in schuren achter de woonwagen van zijn ouders een hennepkwekerij aangetroffen, evenals gedroogde toppen in een auto. Appellant en zijn ouders verklaarden dat de kwekerij en toppen van appellant waren. De gemeente beëindigde daarop de bijstandsuitkering per 1 april 2003 wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van de gemeente wegens onjuiste wettelijke grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant de inlichtingenplicht had geschonden. Appellant voerde aan dat hij geen inkomsten had genoten uit de hennepteelt, maar kon dit niet aantonen door het ontbreken van een administratie.
De Raad oordeelt dat het niet melden van de kwekerij een schending van artikel 65, eerste lid, van de Algemene bijstandswet is, waardoor het recht op bijstand per 1 april 2003 niet kan worden vastgesteld. Het standpunt van appellant dat de gemeente vanaf 7 april 2003 op de hoogte was, verandert hier niets aan. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De bijstandsuitkering van appellant wordt per 1 april 2003 beëindigd vanwege schending van de inlichtingenplicht.