ECLI:NL:CRVB:2005:AT7865
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervolgaanvraag WUV-uitkering wegens ontbreken causaliteit dwarslaesie met vervolging
Eiser, een vervolgingsslachtoffer uit de Tweede Wereldoorlog, vroeg om een aanvullende WUV-uitkering vanwege een dwarslaesie vasculair. De Pensioen- en Uitkeringsraad weigerde deze voorziening omdat de dwarslaesie volgens medisch advies het gevolg was van een aangeboren vaatmisvorming en niet van de vervolging.
Eiser betwistte dit standpunt en verwees naar medische literatuur, maar de Raad oordeelde dat de medische adviezen van de geneeskundig adviseurs van de Raad, gebaseerd op uitgebreide medische gegevens, overtuigend waren. Er was geen medisch bewijs dat de dwarslaesie verband hield met de vervolging.
De Raad concludeerde dat het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad zorgvuldig was voorbereid en gemotiveerd. Ook de omgekeerde bewijslastregeling bood geen uitkomst voor eiser, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering voor de dwarslaesie wordt ongegrond verklaard.