ECLI:NL:CRVB:2005:AT7839
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs oorlogsgeweld
Eiseres, geboren in 1931 in het voormalig Nederlands-Indië, vroeg in 2003 erkenning als burgeroorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Zij stelde gezondheidsklachten te hebben door oorlogservaringen, waaronder mishandeling en het zien van doden tijdens de Japanse bezetting en het verblijf in het Tjihapit-kamp tijdens de Bersiap-periode.
Verweerster wees de aanvraag af omdat onvoldoende was aangetoond dat eiseres daadwerkelijk getroffen was door oorlogsgeweld zoals omschreven in artikel 2 van Pro de Wet. De Raad kon dit oordeel onderschrijven na onderzoek van verklaringen, dossiers en het ontbreken van bevestiging buiten de eigen verklaring van eiseres. Ook de verklaring van de broer van eiseres was onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelde de Raad dat het verblijf in het Tjihapit-kamp niet valt onder de Wet omdat het kamp diende als beschermingskamp en geen directe betrokkenheid bij ongeregeldheden of handelingen van de bezetter inhield. De Raad wees ook een vergoeding van proceskosten af. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burgeroorlogsslachtoffer blijft in stand.