ECLI:NL:CRVB:2005:AT7835
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.G. Kasdorp
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek erkenning en uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende bewijs levensbedreigende evacuatie
Eiser, geboren in oktober 1941 in Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Hij baseerde zijn verzoek op gezondheidsklachten die hij verband houdt met gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting, waaronder beschietingen en evacuatie naar een ander adres.
Verweerster wees het verzoek af wegens onvoldoende bevestiging van levensbedreigende omstandigheden tijdens de evacuatie en de beschietingen. Eiser voerde aan dat getuigenverklaringen deze omstandigheden bevestigen, maar deze getuigenissen bleken niet op eigen waarneming te berusten. Bovendien vond de Raad dat de situatie van eiser niet vergelijkbaar was met die van andere erkende oorlogsgetroffenen.
De Raad oordeelde dat de Wet een beperkte strekking heeft en alleen erkenning toekent wanneer vaststaat dat de betrokkene de in de wet omschreven oorlogscalamiteiten heeft meegemaakt. Omdat eiser onvoldoende nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde die tot herziening van het eerdere besluit konden leiden, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor erkenning als burger-oorlogsslachtoffer.