ECLI:NL:CRVB:2005:AT7749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAZ-uitkering zelfstandige met contacteczeem en rugklachten
Appellante, een zelfstandig horeca-ondernemer, viel uit sinds maart 2000 wegens contacteczeem en rugklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde haar een WAZ-uitkering toe te kennen omdat zij na de wettelijke wachttijd van 52 weken minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het Uwv en de rechtbank Almelo.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren tegen de medische en arbeidskundige beoordeling. De Raad stelde vast dat de bezwaarverzekeringsarts een belastbaarheidspatroon had opgesteld dat een juiste weergave vormde van haar beperkingen. Hoewel er klachten waren, waren deze wisselend van intensiteit en was er sprake van een rustig eczeembeeld zonder ernstige beperkingen die duurzaam werk onmogelijk maken.
De Raad concludeerde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij de geselecteerde functies niet kon verrichten. De functies hielden slechts beperkt belastend hand- en voetgebruik in, en alternatieve functies zoals gegevensbewerkster waren beschikbaar. Er was geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en het bestreden besluit bleef in stand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering definitief werd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.