ECLI:NL:CRVB:2005:AT7744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid chef-werkplaats met depressieve en post-whiplashklachten
Appellant, voormalig chef-werkplaats bij een autobedrijf, kampte sinds oktober 1992 met depressieve en post-whiplashklachten. Het UWV stelde zijn arbeidsongeschiktheidspercentage bij een eerste besluit vast op 15 tot 25% en verlengde dit bij een tweede besluit tot 25 tot 35% vanaf 7 oktober 1998.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde beroep in, ondersteund door een medisch rapport van een zenuwarts. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen het eerste besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat er geen medische gronden zijn om appellant als meer arbeidsongeschikt te beschouwen dan vastgesteld door het UWV.
De Raad oordeelde dat de medische rapporten, waaronder die van de neuroloog en psychologen, onvoldoende basis bieden voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Tevens werd het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang na het tweede besluit. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en kosten van het rapport van de zenuwarts, maar wees de vergoeding van kosten voor een medisch adviseurrapport in de bezwaarfase af.
Het hoger beroep werd uitgesproken door mr. J.W. Schuttel op 7 juni 2005.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het eerste besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.