ECLI:NL:CRVB:2005:AT7702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens spanningsklachten en beperkingen werkdruk
Appellante, een medewerkster in een slagerij, viel op 11 februari 2000 uit wegens spanningsklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde haar per 31 december 2000 een WAO-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Appellante voerde aan dat zij geheel niet in staat was tot arbeid, gesteund door een psychologe en later een gezondheidspsychologe.
Een psychiatrische expertise door dr. Morre concludeerde dat appellante leed aan een matig ernstige depressieve stoornis met verminderde stresstolerantie en ik-zwakte, maar wel geschikt was voor werk in aangepast tempo zonder werkdruk en conflicten. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef dit belastbaarheidspatroon en vond de geselecteerde functies passend.
De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden het besluit van het Uwv. De Raad vond het onderzoek van Morre zorgvuldig en goed gemotiveerd, terwijl de verklaringen van de psychologen onvoldoende objectief waren en niet specifiek voor de datum in geschil. Appellante kon niet aannemelijk maken dat de functies ongeschikt waren vanwege werkdruk of conflicten.
Daarmee is het beroep ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en passende functies.