ECLI:NL:CRVB:2005:AT7654
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding en onvoldoende verontschuldiging
De gemachtigde van opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke beroepstermijn. Het beroepschrift was te laat ingediend omdat het afschrift van de uitspraak aanvankelijk niet was afgehaald en pas na een tweede verzending werd ontvangen.
De gemachtigde had, gezien de wettelijke termijnen, bij het uitblijven van de uitspraak tijdig bij de rechtbank moeten informeren, wat pas eind januari 2003 gebeurde. Hierdoor werd het risico van termijnoverschrijding genomen en de bewijspositie verzwakt.
Het verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd ongegrond verklaard. De Raad oordeelde dat de omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te verontschuldigen en dat het risico voor rekening van opposant blijft. De uitspraak van 1 oktober 2004 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.