ECLI:NL:CRVB:2005:AT7642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering frauduleus ontvangen arbeidsongeschiktheidsuitkering
Deze zaak betreft een hoger beroep van de erven van een betrokkene tegen de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) inzake terugvordering van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. De betrokkene had zich frauduleus uitgegeven voor haar zuster en op haar naam uitkeringen ontvangen. De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd voor een deel van de mate van arbeidsongeschiktheid en een hogere mate vastgesteld.
De centrale vraag in hoger beroep betrof of een brief van de advocaat van gedaagde als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden aangemerkt en of civielrechtelijke terugvordering naast de terugvorderingsregels in de AAW en WAO mogelijk is. De Raad oordeelde dat de brief geen besluit is omdat deze niet op rechtsgevolg is gericht maar slechts aankondigt.
Verder bevestigde de Raad het oordeel van de rechtbank dat de civielrechtelijke terugvordering niet wordt uitgesloten door de lex specialis van de AAW en WAO. Hoewel de administratiefrechtelijke band tussen gedaagde en betrokkene alleen geldt voor uitkeringen op haar eigen naam, kan gedaagde via civielrechtelijke weg terugvorderen wat de betrokkene frauduleus heeft ontvangen op naam van haar zuster. De uitspraak bevestigt daarmee de terugvordering en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en staat civielrechtelijke terugvordering van frauduleus ontvangen uitkeringen toe.