ECLI:NL:CRVB:2005:AT7576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen correctie bovenmatige reiskostenvergoeding
Appellante, actief in verkoop en advisering, kwam in hoger beroep tegen een correctienota van het UWV vanwege vermeende bovenmatige reiskostenvergoedingen aan werknemers over 1997-1999. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellante onvoldoende bewijs leverde dat werknemers leaseauto's hadden en de kilometeradministratie over 1999 niet voldeed aan de eisen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de stukken niet aantonen dat de vertegenwoordigers daadwerkelijk leaseauto's ter beschikking hadden in 1997 en 1998. Ook werd de kilometeradministratie over 1999 als onvoldoende beoordeeld. Hoewel de Belastingdienst later een gewijzigd standpunt innam en de administratie accepteerde, vond de Raad dat het UWV niet verplicht was zijn standpunt te herzien zonder nadere onderbouwing.
De Raad concludeerde dat de correctie terecht is opgelegd en dat het beroep ongegrond blijft. Er was geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan op 2 juni 2005 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de correctienota blijft gehandhaafd.