ECLI:NL:CRVB:2005:AT7569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering bijzondere bijstand voor aanhouden huurwoning tijdens detentie
Appellant, die sinds 7 oktober 2003 gedetineerd is, verzocht om bijzondere bijstand voor het aanhouden van zijn huurwoning gedurende zijn detentieperiode. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen wees dit verzoek af op grond van beleidswijziging per 1 oktober 2003, waarbij geen bijstand meer wordt verleend voor kosten van het aanhouden van een woning tijdens detentie.
Appellant stelde dat het oude beleid, dat bijstand mogelijk maakte bij detentie langer dan een jaar, nog op hem van toepassing zou moeten zijn en dat de termijn tussen bekendmaking en invoering van het nieuwe beleid te kort was. Tevens voerde hij aan dat er sprake was van zeer dringende redenen vanwege zijn trombose en het vooruitzicht van dakloosheid na detentie.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 9 Abw Pro geen recht op bijstand bestaat tijdens detentie en dat het gewijzigde beleid rechtsgeldig is. De aangevoerde trombose en mogelijke dakloosheid vormen geen acute noodsituatie zoals vereist voor toepassing van artikel 11 Abw Pro. De Raad bevestigde daarom het besluit tot weigering van bijzondere bijstand en wees de bezwaren van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand omdat geen sprake is van een acute noodsituatie.