ECLI:NL:CRVB:2005:AT7516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontving van juli 1991 tot september 1998 een bijstandsuitkering. Naar aanleiding van informatie van de belastingdienst startte de gemeente een onderzoek naar niet gemelde inkomsten uit arbeid in 1997. Uit salarisspecificaties, kasboekgegevens en getuigenverklaringen bleek dat appellant in maart tot september 1997 bij een werkgever had gewerkt en loon ontving.
Appellant erkende een korte werkperiode zonder loon en meldde dit niet aan de gemeente, wat een schending van de inlichtingenplicht volgens artikel 65 Abw Pro vormt. De gemeente herzag daarom het recht op bijstand en vorderde de te veel ontvangen uitkering terug. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar de Raad oordeelde dat de herziening over de periode vóór 1 juli 1997 niet op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd.
De Centrale Raad vernietigde daarom het besluit voor die periode, maar liet de rechtsgevolgen in stand en handhaafde de terugvordering over de periode vanaf 1 juli 1997. Tevens veroordeelde de Raad de gemeente in de proceskosten en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van bijstand over 1 maart tot 1 juli 1997 wordt vernietigd, maar de terugvordering over de periode vanaf 1 juli 1997 blijft gehandhaafd.