ECLI:NL:CRVB:2005:AT7159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedifferentieerde premie WAO 2002 ondanks bezwaar werkgever
Appellante betwistte in hoger beroep de hoogte van de gedifferentieerde premie WAO over 2002, omdat zij meende dat de premie onterecht werd verhoogd door een aan een ex-werknemer toegekende WAO-uitkering. Zij stelde dat dit een onredelijke strafsanctie was en in strijd met artikel 7 EVRM Pro.
De rechtbank had geoordeeld dat artikel 7 EVRM Pro niet van toepassing is op deze situatie en dat de regelgeving omtrent de premieheffing, waaronder de Wet Pemba en het Besluit premiedifferentiatie WAO, werkgevers juist financieel stimuleert om arbeidsongeschiktheid te bestrijden. De Raad deelt deze zienswijze en benadrukt dat het niet aan de rechter is om de redelijkheid van deze formele en materiële wetgeving te toetsen.
Verder is vastgesteld dat appellante tijdig bezwaar had kunnen maken tegen de WAO-uitkeringsbeslissing aan de ex-werknemer, maar dit niet heeft gedaan. De Raad ziet geen sprake van onbehoorlijk bestuur door de gedaagde en bevestigt dat de WAO-uitkering terecht is betrokken bij de premieheffing. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de gedifferentieerde premie WAO over 2002 terecht is vastgesteld en wijst het hoger beroep af.