ECLI:NL:CRVB:2005:AT7003
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijk dienstverband ambtenaar
Verzoeker was sinds 1 augustus 2003 tijdelijk aangesteld als hoofd van een afdeling bij de gemeente Bussum, met de mogelijkheid op een vaste aanstelling bij goed functioneren. Na functioneringsgesprekken en een beoordeling met een totaalscore 'voldoende' maar meerdere onderdelen 'onvoldoende', besloot de gemeente het dienstverband niet voort te zetten en een outplacementtraject aan te bieden.
De voorzieningenrechter toetste of er sprake was van een redelijke mate van waarschijnlijkheid dat het besluit tot beëindiging onrechtmatig was. Uit het dossier bleek dat verzoeker op essentiële communicatieve aspecten kritiek kreeg en onvoldoende aan de functie-eisen voldeed, ondanks coaching en herhaalde aanspreking.
De rechter oordeelde dat de gemeente in redelijkheid tot haar oordeel kon komen en dat er geen strijd was met rechtsregels of beginselen van behoorlijk bestuur. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd vastgesteld dat de aanstellingsbrief geen absolute toezegging inhield van een vaste aanstelling bij een 'voldoende' beoordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de beëindiging van het tijdelijke dienstverband wordt afgewezen.