ECLI:NL:CRVB:2005:AT6930
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontslag militair voor volgen opleiding rechterlijk ambtenaar
Verzoekster, luitenant ter zee bij de Koninklijke marine met een dienstverplichting tot augustus 2006, verzocht om eervol ontslag per 1 oktober 2004 om de opleiding tot rechterlijk ambtenaar (RAIO) te volgen bij het Ministerie van Justitie. Dit verzoek werd door de Staatssecretaris van Defensie afgewezen, en de rechtbank verklaarde het beroep hiertegen ongegrond. Verzoekster stelde dat reorganisaties, bezuinigingen en een bevorderingsstop bij de marine haar carrièreperspectief volledig hadden veranderd en dat er binnen de defensieorganisatie geen plaats meer voor haar was. Tevens voerde zij aan dat de rijksoverheid profijt zou hebben van haar overstap en verwees zij naar ziekmakende werkomstandigheden en medische ongeschiktheid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er onvoldoende concrete feiten waren om te spreken van bijzondere omstandigheden die een ontheffing van de dienverplichting rechtvaardigen. Het beroep op het profijtbeginsel werd verworpen omdat de dienverplichting specifiek verbonden is aan de officiersfunctie binnen de krijgsmacht. De medische omstandigheden en arbeidsongeschiktheid deden zich pas na de bestreden beslissing voor en konden daarom niet in deze procedure worden betrokken. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, mede omdat de situatie van de vergelijkbare militair niet gelijkwaardig was.
Gelet op deze overwegingen vond de voorzieningenrechter het niet aannemelijk dat de uitspraak in hoger beroep zou worden vernietigd en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 9 mei 2005 door voorzieningenrechter H.A.A.G. Vermeulen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het ontslagverzoek is afgewezen.