ECLI:NL:CRVB:2005:AT6917
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake functiewaardering administratief medewerker gemeente Brunssum
De zaak betreft een verzoek van het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Brunssum om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, met als doel de opschorting van de werking van een uitspraak van de rechtbank Maastricht die bestreden besluiten inzake functiewaardering van administratief/financieel medewerkers comptabiliteit vernietigde.
De rechtbank had de besluiten vernietigd omdat het College niet gemotiveerd had waarom de opleidingseis voor een gelijkblijvende functie verlaagd kon worden en waarom de uitbreiding van de functiebeschrijving geen gevolgen had voor de waardering. Het College stelde dat uitvoering van de uitspraak onomkeerbare gevolgen zou hebben, zoals verhoging van het opleidingsniveau en herziening van salarisinpassing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze gevolgen niet onomkeerbaar zijn en dat het College het motiveringsgebrek mogelijk kan herstellen bij nieuwe besluiten. Ook is het hoger beroep niet schorsend, waardoor het risico van uitvoering bij het bestuursorgaan ligt. Daarom is het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
De voorzieningenrechter gaf het College zes weken om nieuwe besluiten te nemen en adviseerde een nadere motivering van de opleidingseis. Tevens werd het College veroordeeld tot betaling van proceskosten aan de gedaagden.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen en het College wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.