ECLI:NL:CRVB:2005:AT6876

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/492 AOR
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • C.G. Kasdorp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet betalen griffierecht ongegrond verklaard

Opposant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposant verzet ingesteld en aangevoerd dat hij het griffierecht alsnog zou betalen.

De Raad stelde vast dat het griffierecht niet tijdig was voldaan, ondanks dat opposant had aangegeven het bedrag te zullen betalen. De Raad oordeelde dat opposant voldoende gelegenheid had gehad om het griffierecht te voldoen en dat de omstandigheden die opposant aanvoerde, zoals studiekosten voor zijn dochter, niet als verontschuldigbare redenen konden worden aangemerkt.

Daarom verklaarde de Raad het verzet ongegrond en zag geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door voorzitter C.G. Kasdorp op 2 juni 2005.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/492 AOR
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats] (Indonesië), opposant,
en
het bestuur van de Stichting het Gebaar, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank ’s-Gravenhage op
19 december 2003 tussen partijen gegeven uitspraak, kenmerk AWB 03/03688 BESLU.
Bij uitspraak van 30 december 2004 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
Tegen deze uitspraak heeft opposant bij schrijven van 4 februari 2005 verzet gedaan. Bij schrijven van 24 maart 2005 heeft opposant een aanvulling op zijn verzetschrift gegeven.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 21 april 2005. Partijen zijn, zoals tevoren door hen bericht, niet verschenen.
II. MOTIVERING
In het verzetschrift van 4 februari 2004 heeft opposant meegedeeld dat hij het griffierecht nog steeds niet kan betalen maar dat hij zal trachten het verschuldigde bedrag uiterlijk 5 maart 2005 te voldoen. In de aanvulling op het verzetschrift van 24 maart 2005 heeft opposant aangegeven dat het hem is gelukt om het verschuldigde griffierecht te verkrijgen en dat hij dit naar de Raad zal sturen.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet (tijdig) is voldaan.
De Raad ziet in hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd geen grond om het verzet gegrond te verklaren. De Raad is van oordeel dat opposant geruime tijd in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen. Daarbij is opposant erop gewezen dat overschrijding van de gestelde termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De door opposant geschetste omstandigheden, te weten dat hij ook studiekosten ten behoeve van zijn dochter moest voldoen, moeten voor zijn rekening en risico komen. Er is dan ook geen reden om het niet betalen van het griffierecht verontschuldigbaar te achten.
Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2005.
(get.) C.G. Kasdorp.
(get.) E. Heemsbergen.
HD
3.05