ECLI:NL:CRVB:2005:AT6816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WAO-uitkering wegens onjuiste arbeidskundige grondslag affiniteit functie Coach
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%, waarbij drie functies als passend werden beschouwd: Decaan MBO college, Coach en Secretaresse verpleegafdeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het rapport van een revalidatiearts als medisch onderbouwing diende.
In hoger beroep stelde appellante dat de functie Coach niet passend kon worden geacht omdat zij niet voldeed aan de ervaringseis van affiniteit met arbeidsbemiddeling, een voorwaarde gesteld door de werkgever. De bezwaararbeidsdeskundige verdedigde dat affiniteit een vaardigheid is en geen persoonlijke voorkeur, en dat appellante door haar ervaring als muziekdocente wel degelijk over relevante vaardigheden beschikte.
De Raad oordeelde echter dat affiniteit hier moet worden opgevat als een ervaringseis van de werkgever, waardoor de functie Coach niet passend is voor appellante. Hierdoor berust het besluit van 6 maart 2002 niet op een juiste arbeidskundige grondslag en is het besluit en de daarop gebaseerde uitspraak vernietigbaar. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot toekenning van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste arbeidskundige grondslag en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.