ECLI:NL:CRVB:2005:AT6804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim politieambtenaar
Appellant, hoofdagent bij de politie sinds 1980, werd aangehouden als verdachte van omkoping en schending van ambtsgeheim. Hij werd geschorst en een disciplinair onderzoek ingesteld. Uit het onderzoek bleek dat hij tijdens arbeidsongeschiktheid en daarna tegen betaling observatiewerkzaamheden verrichtte voor het particulier detectivebureau van een voormalig collega, en vertrouwelijke kentekeninformatie verstrekte.
Na verweer en advies van de Commissie Advies in disciplinaire zaken werd appellant per 1 januari 2003 onvoorwaardelijk ontslagen wegens zeer ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet besefte dat zijn handelen fout was en dat hij handelde uit collegialiteit en vertrouwen.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim zeer ernstig was en dat appellant met zijn lange staat van dienst bewust had moeten zijn van de regels en geheimhoudingsplicht. Het feit dat hij handelde uit vertrouwen en zonder kwade bedoelingen was onvoldoende om het ontslag te matigen. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat de aard van het plichtsverzuim bij appellant ernstiger was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.