ECLI:NL:CRVB:2005:AT6795
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% per 19 maart 2002. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en zij stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde of de weigering in stand kon blijven. Medische onderzoeken door verzekeringsartsen concludeerden dat appellante ongeschikt was voor haar eigen werk, maar wel geschikt voor andere functies binnen haar belastbaarheidsprofiel. De Raad vond geen aanwijzingen dat de medische beperkingen waren onderschat en achtte de voorgestelde functies passend.
Appellante bracht aanvullende medische informatie in, waaronder van een thuiszorgorganisatie en haar huisarts, en verwees naar een operatie in 2004 en verslechtering van haar gezondheid. De Raad stelde echter dat alleen de situatie per 19 maart 2002 relevant was en dat latere verslechteringen niet in aanmerking konden worden genomen.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de weigering van de WAO-uitkering gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 19 maart 2002.