ECLI:NL:CRVB:2005:AT6753
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking AAW/WAO-uitkering vanaf 1 augustus 1986 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig keukenhulp, ontving vanaf 1985 uitkeringen op grond van de AAW en WAO vanwege arbeidsongeschiktheid door longtuberculose en psychische klachten. Na meerdere besluiten en beroepsprocedures werd de uitkering per 1 augustus 1986 ingetrokken omdat appellant volgens medisch en arbeidskundig onderzoek geschikt was voor eigen en passend werk.
Appellant stelde dat hij binnen een maand na 1 juli 1986 opnieuw arbeidsongeschikt werd, onderbouwd met verklaringen over psychiatrische ziekenhuisopnames. De Raad concludeerde echter dat appellant te laat melding maakte, waardoor het UWV niet tijdig de medische situatie kon vaststellen. Het medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd als zorgvuldig beoordeeld en de verklaringen van latere artsen werden niet doorslaggevend geacht.
Ook de arbeidskundige beoordeling was volgens de Raad zorgvuldig en hield rekening met beperkingen zoals het niet kunnen werken in wisseldiensten. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellant in 1986 langdurig arbeidsongeschikt was en verwierp het hoger beroep. De intrekking van de uitkering per 1 augustus 1986 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AAW/WAO-uitkering per 1 augustus 1986 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.