ECLI:NL:CRVB:2005:AT6471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering en herziening mate arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als computertechnicus, kreeg een WAO-uitkering toegekend met ingang van 5 december 2000, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hij stelde dat de ingangsdatum onjuist was omdat hij in september 2000 volledig hersteld was en in november 2000 opnieuw arbeidsongeschikt raakte. De Raad volgde echter de rechtbank en oordeelde dat appellant gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest vanaf 7 december 1999.
De Raad stelde vast dat appellant nooit volledig geschikt was verklaard voor zijn eigen werk gedurende die periode, mede door verklaringen van de arbo-arts en werkgever, en dat het reïntegratietraject diverse malen vertraagd was. Wel oordeelde de Raad dat de toekenning van de uitkering op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid niet voldoende gemotiveerd was en uitsluitend was gedaan om zorgvuldigheidsredenen en ter bescherming van de werkgever.
De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en het vertrouwensbeginsel en bepaalde dat gedaagde een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen.