ECLI:NL:CRVB:2005:AT6437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering meewerkende echtgenote
Appellant voert sinds 1980 een timmer- en onderaannemingsbedrijf en ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW en later de WAZ. Gedaagde handhaafde een besluit waarbij de uitkering werd stopgezet wegens vermeende onvoldoende arbeidsongeschiktheid, omdat de inkomsten uit arbeid te hoog zouden zijn.
Appellant stelde dat hij zelf geen werkzaamheden kon verrichten en dat de omzet door zijn echtgenote en zonen werd behaald, zodat geen sprake was van inkomsten uit arbeid. De rechtbank wees dit af en ook de Raad concludeerde dat appellant wel werkzaamheden verrichtte, onder meer 10 uur per week en twee dagen per week werkzaamheden zoals offertes maken en klanten bezoeken.
De fiscale winstverdeling werd als uitgangspunt genomen, waarbij appellant de volledige winst toerekende en zijn echtgenote geen eigen inkomsten had. De Raad oordeelde echter dat voor de winstverdeling de a/b factor uit het Inkomensbesluit AAW had moeten worden toegepast, omdat de gehele winst ten onrechte aan appellant was toegerekend.
Het bestreden besluit werd daarom vernietigd en gedaagde werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen, waaronder ook aandacht voor het maatmaninkomen. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van de a/b factor.