ECLI:NL:CRVB:2005:AT6405
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ongeschiktheid en weigering benoeming klachtbehandelaar politie
Appellant was sinds 1972 werkzaam bij de politie en werkte sinds 1997 als juridisch medewerker. Na een functioneringsgesprek in december 2000 meldde hij zich ziek en diende klachten in over de bejegening door zijn chef. Ondanks herstel verklaarde appellant niet te willen terugkeren in zijn functie. Gedaagde bood hem tijdelijk werk aan als klachtbehandelaar, maar trok dit aanbod later in. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten.
Na langdurige ziekte en moeizame reïntegratiepogingen, waarbij appellant zich niet coöperatief opstelde en zonder geldige medische reden niet aan werkhervattingsopdrachten voldeed, besloot gedaagde tot ontslag wegens ongeschiktheid op grond van artikel 94, eerste lid, aanhef en onder f, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). Tevens werd een bovenwettelijke uitkering geweigerd omdat het ontslag aan appellant zelf te wijten was.
De rechtbank handhaafde het ontslagbesluit maar verklaarde het beroep tegen de weigering van de uitkering gegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat het beroep tegen de weigering tot benoeming niet-ontvankelijk verklaarde en verklaart dit beroep ongegrond. Het hoger beroep tegen het ontslag wordt bevestigd. De Raad oordeelt dat appellant obstructief gedrag vertoonde, onvoldoende loyaliteit toonde en zonder geldige reden niet meewerkte aan reïntegratie. Het beroep tegen de weigering van de bovenwettelijke uitkering wordt eveneens ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ongeschiktheid wordt bevestigd en het beroep tegen de weigering tot benoeming en bovenwettelijke uitkering wordt ongegrond verklaard.