ECLI:NL:CRVB:2005:AT6293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens weigering zomerwerk psychiatrische verpleegkundige
Appellante was sinds 1989 psychiatrisch verpleegkundige bij het Academisch Ziekenhuis Groningen en werkte in de wintermaanden bij het winterdepressie-project. Voor de zomerperiode werd haar opgedragen om op de afdeling P3c te werken, een afdeling met intensieve zorg, in dagdiensten. Appellante weigerde deze opdracht en meldde zich ziek. Na meerdere waarschuwingen en een dienstopdracht werd zij op 7 juni 2002 met onmiddellijke ingang ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad vond dat de werkgever aannemelijk had gemaakt dat plaatsing op afdeling P3c noodzakelijk was en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij onoverkomelijke bezwaren had. De door appellante aangedragen alternatieven waren niet haalbaar en zij toonde onvoldoende bereidheid tot overleg.
De Raad oordeelde dat de dienstopdracht niet onredelijk was en dat de weigering van appellante ernstig plichtsverzuim opleverde. De opgelegde straf van ontslag was niet onevenredig, mede omdat appellante vooraf was gewaarschuwd. De terugvordering van onverschuldigd betaald salaris was eveneens rechtmatig. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het disciplinair ontslag van appellante wegens weigering om in de zomerperiode op afdeling P3c te werken wordt bevestigd.