ECLI:NL:CRVB:2005:AT6291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A. Beuker-Tilstra
- A.Q.C. Tak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim medewerker personeelszaken
Appellante was sinds 1991 in dienst en werkte sinds 1998 als medewerker beheer bij de afdeling Personeel en Organisatie van de Gemeentebelastingen Amsterdam (GBA). Zij was belast met het doorvoeren van mutaties in het tijdregistratiesysteem. In de periode 2000-2001 werkte zij deels bij een zorginstelling en deels bij de GBA, waarbij afspraken werden gemaakt over compensatie van uren.
Na een verzoek van appellante om vakantietegoed aan te wenden, werd een onderzoek ingesteld dat uitwees dat zij uren ten onrechte had overgeboekt van kloksaldo naar vakantiesaldo, vakantiedagen foutief had geboekt en zonder toestemming verlof had gemuteerd. Dit leidde tot het voornemen tot strafontslag wegens plichtsverzuim, dat uiteindelijk onvoorwaardelijk ontslag werd.
De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim voldoende was vastgesteld en de straf niet onevenredig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat er informele afspraken waren, dat zij openheid betrachtte en dat de straf te zwaar was gezien de omstandigheden.
De Raad verwierp deze verweren, benadrukte dat appellante in haar functie juist streng toezicht moest houden en dat zij zonder toestemming regels had overtreden ten eigen voordeel. Het feit dat de verlofdagen nog niet waren opgenomen deed niet af aan de ernst. Ook een verstoorde relatie met de leidinggevende was onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigde daarom het onvoorwaardelijk ontslag als een passende en evenredige sanctie voor het ernstige plichtsverzuim.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.