ECLI:NL:CRVB:2005:AT6281
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Herziening nabestaandenuitkering en terugvordering inkomensafhankelijke uitkering
Appellante ontving een nabestaandenuitkering die vanaf 1 januari 1998 deels inkomensafhankelijk werd. Gedaagde herzag de uitkering met terugwerkende kracht en vorderde een bedrag terug. Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde dat het beroep ten onrechte niet mede tegen de herziening was gericht.
De Raad beoordeelde het beleid van gedaagde omtrent terugwerkende kracht en stelde vast dat appellante al haar verplichtingen was nagekomen en had kunnen begrijpen dat haar inkomen invloed had op de uitkering. Toch vond de Raad dat de terugwerkende kracht onredelijk was toegepast, mede vanwege fouten van gedaagde en de ingrijpende terugvordering.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de procedure ruim vijf jaar duurde, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt. De Raad vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat een nieuw besluit op bezwaar moet worden genomen en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het herzieningsbesluit en de terugvordering worden vernietigd en gedaagde moet een nieuw besluit nemen.