ECLI:NL:CRVB:2005:AT6249
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op studiefinanciering en terugvordering bij beëindiging studie
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem inzake studiefinanciering en terugvordering. De kern van het geschil betrof de vraag of appellant recht had op studiefinanciering over augustus en september 1994 en of de terugvordering van studiefinanciering vanaf oktober 1994 terecht was omdat appellant toen niet langer stond ingeschreven als student.
De Raad stelde vast dat appellant inderdaad in augustus en september 1994 als student stond ingeschreven, waardoor hij recht had op studiefinanciering over die maanden. Besluiten die dit recht ontzegden werden vernietigd. Voor de periode vanaf 1 oktober 1994 was appellant niet meer ingeschreven en had hij geen recht op studiefinanciering, zodat de terugvordering over die periode terecht was.
De Raad oordeelde dat gedaagde bevoegd was tot herziening en terugvordering van studiefinanciering over de periode na beëindiging van de studie. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij om medische redenen niet in staat was zijn belangen adequaat te behartigen.
Verder werd vastgesteld dat de teveel berekende rente over de periode augustus 1994 tot en met januari 1995 moest worden gecorrigeerd vanwege het recht op studiefinanciering in augustus en september 1994. De Raad veroordeelde de Informatie Beheer Groep tot vergoeding van deze schade en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Appellant had recht op studiefinanciering over augustus en september 1994; terugvordering vanaf oktober 1994 is terecht; schadevergoeding voor teveel berekende rente wordt toegewezen.