ECLI:NL:CRVB:2005:AT6020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht statutair directeur/aandeelhouder in privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellante, een belastingadviesbureau, stelde in hoger beroep dat haar statutair directeur, tevens aandeelhouder via een persoonlijke vennootschap, niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam was en derhalve geen verzekeringsplicht bestond. De rechtbank had eerder geoordeeld dat voldaan was aan de drie essentiële kenmerken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking: persoonlijke arbeid, loonbetaling en gezagsverhouding.
De Raad overwoog dat de directeur persoonlijk arbeid verrichtte als statutair directeur, ondanks dat deze werkzaamheden ceremonieel van aard en beperkt in tijd waren. De maandelijkse managementfee, hoewel omschreven als voorschot op winstrecht, werd aangemerkt als loon. De gezagsverhouding werd bevestigd omdat de directeur met een minderheidsbelang in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) kan worden ontslagen door de meerderheid, wat een gezagsrelatie impliceert.
De Raad verwierp het verweer dat er geen contractuele arbeidsrelatie bestond en dat het winstrecht het ontslag onaangetast liet. De aandelenstructuur en statutaire bepalingen maakten duidelijk dat de directeur onder gezag van de AVA stond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de verzekeringsplicht van de directeur werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de statutair directeur/aandeelhouder in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staat en verzekeringsplicht bestaat.