ECLI:NL:CRVB:2005:AT6008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens ontbreken werknemerschap
Appellant, directeur en grootaandeelhouder van zijn persoonlijke vennootschap, verrichtte management- en andere werkzaamheden voor diverse opdrachtgevers. Hij ontving voor 2002 en 2003 een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) van de Belastingdienst waarin hij als zelfstandige werd aangemerkt. Appellant verzocht het Gak Nederland B.V. om een zelfstandigheidsverklaring, maar kreeg geen adequate reactie.
In augustus 2002 vroeg appellant een WW-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd geweigerd omdat hij niet als werknemer in de zin van de WW werd gezien. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet had betwist dat hij niet als werknemer kon worden aangemerkt voor zijn laatste werkzaamheden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Hoewel het UWV niet adequaat reageerde op het verzoek om een zelfstandigheidsverklaring, leidt dit niet tot een andere uitkomst. De aanvraag voor de WW-uitkering was terecht afgewezen omdat appellant niet voldeed aan het werknemerschapvereiste. De Raad bevestigt de uitspraak en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellant niet als werknemer in de zin van de WW wordt beschouwd.