ECLI:NL:CRVB:2005:AT5986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder voor niet betaalde premies volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het besluit tot hoofdelijk aansprakelijkstelling van een gewezen bestuurder voor niet betaalde premies vernietigde. De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijkheid van een gewezen bestuurder beperkt is tot premieschulden die tijdens zijn bestuursperiode zijn ontstaan.
De Raad overweegt dat de rechtbank een te beperkte uitleg gaf aan artikel 16d, zesde lid, aanhef en onder a, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV). Volgens de Raad wordt de gewezen bestuurder gelijkgesteld aan een gewone bestuurder, die ook aansprakelijk kan worden gesteld voor premieschulden die vóór zijn bestuursperiode zijn ontstaan, tenzij hij aannemelijk maakt dat hij niet verantwoordelijk is voor het niet betalen van die premies.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbetering van gronden en wijst erop dat een bestuurder zich niet kan onttrekken aan aansprakelijkheid door zich uit te schrijven uit het handelsregister. De zaak benadrukt het belang van zorgvuldige bezwaarprocedures en de mogelijkheid voor de bestuurder om zich te verdedigen tegen aansprakelijkstelling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkheid van de gewezen bestuurder voor premieschulden, ook voor die ontstaan vóór zijn bestuursperiode.