ECLI:NL:CRVB:2005:AT5947
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering en maatmaninkomen na arbeidsongeschiktheid werknemer
De zaak betreft een hoger beroep van een werkgever tegen besluiten van het UWV inzake de hoogte van het maatmaninkomen en de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer. De werknemer heeft aanspraak op een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De werkgever betwist de medische beoordeling en het gehanteerde loon als maatmaninkomen.
De Raad overweegt dat de medische beoordeling door verzekeringsarts De Rooij en bezwaarverzekeringsarts Jonker zorgvuldig is verricht, mede gelet op de Standaard 'geen duurzaam benutbare mogelijkheden' die als beleidsregel geldt. De Raad wijst erop dat de verzekeringsarts zelfstandig onderzoek moet doen en dat het oordeel niet onzorgvuldig is. De stelling van de werkgever dat de werknemer slechts situationeel arbeidsongeschikt zou zijn, wordt verworpen.
Ten aanzien van het maatmaninkomen stelt de Raad vast dat als maatman de functie geldt die de werknemer laatstelijk voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid vervulde. De werkgever kon geen omstandigheden aanvoeren die een afwijking rechtvaardigen, ook niet het argument dat het loon uitzonderlijk hoog was. De kantonrechterlijke vergoeding wegens moeilijkheden bij het vinden van vergelijkbaar loon elders is hiervoor geen reden.
De Raad bevestigt de bestreden uitspraak en ziet geen reden tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De WAO-uitkering en het gehanteerde maatmaninkomen blijven ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de WAO-uitkering en het maatmaninkomen van de werknemer zonder wijziging.