ECLI:NL:CRVB:2005:AT5910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij premienota jaren 1997-1998
Appellanten ontvingen in november 2001 een premienota over de jaren 1997 en 1998 van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Tegen deze nota werd bezwaar gemaakt, dat bij besluit van 8 januari 2003 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. Tijdens het hoger beroep maakte het Uwv kenbaar de premienota niet te handhaven, mede op basis van een brief van de belastingdienst waarin werd aangegeven dat geen naheffing van loonbelasting en premies volksverzekeringen over deze jaren zal plaatsvinden.
Hierdoor ontbreekt bij appellanten het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit van 8 januari 2003. Tevens is geen verzoek om schadevergoeding gedaan, zodat ook anderszins geen procesbelang aanwezig is. De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de proceskosten die appellanten in beroep en hoger beroep hebben gemaakt, vergoed dienen te worden door het Uwv. De vergoeding wordt vastgesteld op €644,-- voor beroep en €644,-- voor hoger beroep, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Verzoek tot vergoeding van kosten in de bezwaarfase wordt afgewezen omdat geen sprake is van een bijzonder geval dat vergoeding rechtvaardigt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.