ECLI:NL:CRVB:2005:AT5884
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Intrekking voorziening extra huishoudelijke hulp na opname verpleeghuis
Eiser, geboren in 1916 en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, kreeg vanaf 1 juli 2000 een vergoeding voor extra huishoudelijke hulp naast de hulp van het verzorgingshuis waar hij verbleef.
Na opname in een verpleeghuis in oktober 2003, als gevolg van een heupfractuur en daaropvolgende ziekenhuisopname en revalidatie, trok verweerster de voorziening voor extra huishoudelijke hulp per 1 juni 2004 in. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar, met als motief dat huishoudelijke hulp onderdeel is van het verzorgingspakket van het verpleeghuis.
Eiser voerde aan dat het schoonmaken van zijn kamer in het verpleeghuis te wensen overlaat, maar de Raad oordeelde dat dit geen grond is om de intrekking ongedaan te maken. De Raad stelde vast dat het hanteren van richtlijnen waarbij bij opname in een verpleeghuis de vergoeding van extra huishoudelijke hulp wordt ingetrokken, niet in strijd is met artikel 20 van Pro de Wet. Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de voorziening voor extra huishoudelijke hulp is ongegrond verklaard.