ECLI:NL:CRVB:2005:AT5875
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als oorlogsgetroffene op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Eiser, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft in september 2003 een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser geen vervolging in de zin van de Wet heeft ondergaan en niet voldoet aan de nationaliteits- en woonplaatsvereisten zoals gesteld in artikel 3, eerste lid, van de Wet.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, maar is niet verschenen bij de zitting van 31 maart 2005. De Raad heeft overwogen dat eiser tijdens de Japanse bezetting geen vrijheidsberoving heeft ondergaan die voldoet aan de definitie van vervolging volgens artikel 2 van Pro de Wet. Daarnaast kan eiser niet met toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wet met de vervolgde worden gelijkgesteld omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van nationaliteit en woonplaats.
De Raad concludeert dat de weigering van verweerster om eiser als oorlogsgetroffene te erkennen op goede gronden berust. Er is geen reden om het bestreden besluit te vernietigen, zodat het beroep ongegrond wordt verklaard. Tevens is geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van erkenning als oorlogsgetroffene wordt gehandhaafd.