ECLI:NL:CRVB:2005:AT5845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over beperkingen en functiegeschiktheid
Appellant, een voormalig politieambtenaar, ontvangt sinds 1997 een WAO-uitkering wegens rechterpolsklachten. Bij een besluit van 15 augustus 2001 werd de mate van arbeidsongeschiktheid per 13 maart 2000 vastgesteld op 45 tot 55%. Appellant betwistte in bezwaar en beroep dat zijn beperkingen ernstiger waren dan vastgesteld en dat hij ongeschikt zou zijn voor de functie van bewaarder/beveiligingsbeambte.
De rechtbank liet zich bij haar uitspraak adviseren door een revalidatiearts, die concludeerde dat appellant weliswaar meer beperkt was dan eerder vastgesteld, maar toch in staat was alle geselecteerde functies te vervullen, inclusief tillen van 10 kg. De rechtbank hechtte hieraan doorslaggevende waarde en verwierp het beroep van appellant.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn stellingen, maar bracht geen nieuwe medische gegevens aan. De Raad merkte op dat er twee functies bewaarder/beveiligingsbeambte zijn, waarvan slechts één een tillimiet overschrijdt, en dat voldoende andere functies beschikbaar zijn. De Raad zag geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit. Toepassing van artikel 8:75 Awb Pro werd niet nodig geacht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot handhaving van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.