ECLI:NL:CRVB:2005:AT5597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar en handhaving rechtsgevolgen WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) met betrekking tot zijn WAO-uitkering. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding en omdat het tweede besluit niet als besluit in de zin van de Awb werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen beide besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de bezwaarschriften wel tijdig waren ingediend en dat het tweede besluit wel rechtsgevolg had. De Raad vernietigt de uitspraak over het eerste besluit wegens een onjuiste datum van openbaarmaking en behandelt de zaak zelf.
De Raad oordeelt dat het bezwaar tegen het eerste besluit terecht niet-ontvankelijk is omdat de brieven geen concreet punt van geschil bevatten. Het tweede besluit wordt wel als een besluit met rechtsgevolg aangemerkt, maar het bezwaar daartegen is niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.
De Raad vernietigt het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar tegen het tweede besluit, handhaaft de rechtsgevolgen daarvan en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het eerste besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard, het bezwaar tegen het tweede besluit wordt gegrond verklaard maar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, met handhaving van de rechtsgevolgen en veroordeling van het UWV in proceskosten.