ECLI:NL:CRVB:2005:AT5403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- M.I. ’t Hooft
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkrachtberekening eigen bijdrage traplift woningaanpassing Wvg
Het geschil betreft de vaststelling van de eigen bijdrage door het College van burgemeester en wethouders van Zoetermeer aan gedaagden voor de plaatsing van een traplift in hun woning ten behoeve van hun gehandicapte minderjarige dochter. Gedaagden betwistten de draagkrachtberekening, stellende dat onterecht werd uitgegaan van het norminkomen in plaats van 1,5 maal het norminkomen, dat een onjuist draagkrachtjaar werd gehanteerd en dat onvoldoende rekening werd gehouden met kosten voortvloeiend uit de handicap.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep volgt dit oordeel niet volledig. De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg (de Regeling) gewijzigd moest worden uitgelegd als dat de draagkrachtberekening uitgaat van het meerdere boven 1,5 maal het norminkomen. Uit de toelichting blijkt dat de draagkrachtberekening nog steeds uitgaat van het meerdere boven het norminkomen.
De Raad bevestigt dat bij inkomens tot en met 1,5 maal het norminkomen een forfaitaire lage draagkracht geldt en voor inkomens boven dat niveau een hogere draagkracht wordt vastgesteld over het verschil tussen het norminkomen en het werkelijke inkomen, met een gemaximeerde eigen bijdrage. De eigen bijdrage van f 3.000,-- is daarmee terecht vastgesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De eigen bijdrage van f 3.000,-- voor de woningaanpassing is terecht vastgesteld en het beroep wordt ongegrond verklaard.