ECLI:NL:CRVB:2005:AT5339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde periode na verhuizing naar België
Appellante, geboren in 1937 en sinds 1983 woonachtig in België, vroeg in maart 2002 een AOW-pensioen aan. De Sociale verzekeringsbank kende haar met ingang van mei 2002 een AOW-pensioen toe met een korting van 20%, omdat zij tussen 24 oktober 1991 en 17 mei 2002 niet verzekerd was voor de AOW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de korting terecht was toegepast op grond van artikel 13 van Pro de AOW.
Appellante voerde aan niet juist geïnformeerd te zijn over haar verzekeringspositie, maar de rechtbank stelde vast dat zij tijdig, in december 1990, schriftelijk was geïnformeerd over haar vrijwillige verzekering als meeverzekerde met haar echtgenoot. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en vond geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad benadrukte dat appellante in redelijkheid nadere informatie had kunnen inwinnen over haar eigen aanspraken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees erop dat de periode van meeverzekering tot 23 oktober 1991 was gebaseerd op EG-Verordening 1408/71. Voor de periode daarna bestond geen nationale of internationale verzekeringsplicht. Het hoger beroep werd verworpen en de korting op het pensioen gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting van 20% op het AOW-pensioen wegens een niet-verzekerde periode na verhuizing naar België.