ECLI:NL:CRVB:2005:AT5275
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.G. Treffers
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds juni 2001 vanwege een hersenschudding en psychische klachten niet meer als agrarisch medewerkster kon werken, verzocht om een WAO-uitkering. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank oordeelde dat appellante ondanks haar beperkingen nog in staat was tot andere passende werkzaamheden en dat de psychische problematiek niet voldoende was onderbouwd om tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid te komen. Ook vond de rechtbank het niet onzorgvuldig dat geen informatie was ingewonnen bij het psycho-medisch centrum Parnassia.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze beoordeling. De Raad vindt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Er is geen aanleiding om het besluit te vernietigen, mede omdat de overgelegde medische stukken geen aanwijzingen geven voor ernstiger beperkingen dan reeds vastgesteld.
De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond. Tevens is geen reden om een onafhankelijk deskundige te raadplegen of toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.