ECLI:NL:CRVB:2005:AT5207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang bij WAO-uitkeringsbesluit
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarin werd vastgesteld dat hij geen WAO-uitkering kan krijgen wegens het ontbreken van verzekering. De rechtbank Amsterdam had het beroep ongegrond verklaard. Tijdens het hoger beroep heeft het Uwv aangegeven het bestreden besluit niet langer te handhaven, waarmee het besluit als ingetrokken kan worden beschouwd.
De Raad overwoog dat het intrekken van het besluit het belang van appellant bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit laat vervallen, tenzij er een ander belang is, zoals een verzoek om schadevergoeding. Appellant heeft geen dergelijk verzoek gedaan en er is geen ander belang gebleken. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast veroordeelde de Raad het Uwv tot betaling van de proceskosten van appellant in zowel eerste aanleg als hoger beroep, en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Het verzoek van het Uwv om nader onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid toe te staan, werd afgewezen omdat dit een ander geschilpunt zou betreffen dan in eerdere procedures aan de orde was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen procesbelang na intrekking van het bestreden besluit.